Paqueros papieros papoeros

Ik ben weer ‘la chica Holandesa’ (jaha, nog steeds!) in Spanjeland. Vandaag voor het eerst een niet-Spanjaard tegengekomen. Een Portugees. Of ik ook Frans sprak. Wel ja, dat kan er ook nog wel bij. Geen woord Engels is er nog over mijn lippen gekomen. Het heeft gewoon geen zin. En dat Spaans ís me een potje vermoeiend… Maar het moet gezegd, het is ook in twee dagen tijd met sprongen vooruit gegaan! Paqueros papieros papoeros (voor wie dit niets zegt, google ‘Theo Thea Spaanse les’).

image
De morgenstond heeft goud in de mond

image
Oneindig Spaans land onder de smoorhete zon

image
Daar in de verte ligt Fuenterroble de Salvatierra, waar de herberg staat.

image
De slaapzaal, die ik vanavond deel met drie Mediterrane mannen.

Was het gisteren al behoorlijk gezellig met de pelgrimjongens op de fiets, vandaag is het nog een stuk socialer. Ik slaap in de albergue parroquial. De hospitalero onthaalt me met bier en meloen. Na een douche en de was kan ik aanschuiven voor de lunch. Samen met een pelgrim op de fiets, een Portugese pelgrim die de Via de la Plata andersom loopt, een vrijwilliger en de hospitalero. Daarna gaan we naar de plaatselijke bar voor een afzakkertje. Vanavond eten we weer samen, met nóg een pelgrim die na de lunch kwam aanlopen. Wederom worstel ik me door een lange Spaanse conversatieles. Avondeten om half tien. Wekker voor morgen op half zes.

Advertisements

Op het platteland

image

En daar gaat ie dan. Onbekende wegen. Behalve dan dat ik hier gisteren ook al met de bus reed. De eerste 10 kilometer gaan over de N630. Nou ja, ik kan het nu nog hebben. En de zon schijnt!

image

En dit was dorp 1 alweer, Baños de Montemayor. Het gaat gelijk omhoog. Maar niet voordat ik in Baños de Montemayor op mijn kop heb gekregen van een oudere dame. Had ik dan niet gezien dat ik bovenlangs door het dorp moest? Nou moet ik omlopen via de carretera!

In dorp 2 (Puerto de Béjar) krijg ik instructies van een oudere heer. En ik moet natuurlijk even vertellen waar ik vandaan kom, waar ik heen ga en dat ik echt, echt helemaal alleen ben. Heerlijk, ik ben op het platteland! En alles is weer zoals het zijn moet. De vogels maken herrie, de zon brandt aan de hemel, de bramen zijn overrijp en ik loop.

image
Albergue Alba y Soraya in Calzada de Bejar

Als ik na ruim 22 km bij de albergue aankom, zie ik zowaar twee pelgrimjongens op de fiets. We delen de twaalf bedden op de slaapzaal met zijn drieën dus. Naar goed Spaans gebruik spreken ze geen Engels. Ze komen beiden uit Extremadura, en zijn dus niet ver van huis.

De Grote Verveeluren zijn aangebroken. Het zijn de uren dat je aan siësta hoort te doen. Ik maak een rondje door het dorp, lees een boek en als ik het niet meer uithou, begin ik om oer-Hollandsche tijd te koken. En dat kan hier lekker buiten!
image
De keuken

Het is een dorp van niks (100 inwoners) met een bar. Een terras met een paar plastic stoeltjes en tafeltjes, een stoffig tafelvoetbalspel en uit de bar zelf komt de gebruikelijke Spaanse herrie. Ik moet aanschuiven aan een tafel vol plattelandsvolk van alle leeftijden. Het had ook Ursem, Hensbroek of Oudkarspel kunnen zijn. Ze komen uit verschillende dorpen uit de buurt en ze komen hier altijd samen om dronken te worden. Ze bekogelen elkaar met de omhulsels van die zoute zaadjes die Spanjaarden altijd eten. Gelukkig komen de zeer beschaafde pelgrimjongens ook naar het terras. Ik schuif snel bij hen aan.

Geland

Even een quickie, want het is eigenlijk allang pelgrimsbedtijd geweest. Ik ben tegen achten ‘s avonds in Aldeanueva del Camino aangekomen na bijna vier uur in de bus vanuit Madrid te hebben gezeten. En ja, toen moest er nog geïnstalleerd, gewassen, gedoucht en gegeten worden, dus ik liep pas om tien uur van het terras af naar de herberg.

Dit was Madrid:

image
Tja, dat kan ik dan niet laten. Even een paar biercafés langs. Straks is het alleen nog maar Cruzcampo…

image
Museo Reina Sofia, mijn absolute favoriet in Madrid. En niet alleen vanwege de Guernica van Picasso.

image
Mijn hostal, voor 20 euro per nacht, middenin Malasaña. Norse dueño inclusief.

En dit was Aldeanueva del Camino:

image

image
Een nog fonkelnieuwe (met dank aan de EU) herberg helemaal voor mijzelf alleen voor 13 euro per nacht.

image
En dan voor 9 euro aan de dis: voorgerecht, hoofdgerecht, toetje en wijn.

Wat wel heel lief was: de mevrouw van de herberg stond me op te wachten toen ik de bus uit kwam. Ik vermoed dat ik zowel in de bus als in het dorp de enige niet-Spanjaard was. Ze vertelde me dat er gisteren en eergisteren niet één pelgrim was aangekomen. De kans dat ik helemaal alleen blijf de komende tijd is dus bijster groot. Ik weet nog niet wat ik daarvan vind. Morgen eerst maar eens aan de wandel!

Het is pas over als het over is

2014-07-30 22.10.36

Kijk nou wat er allemaal ligt te jeuken op tafel? Nog twee dagen en het zit in mijn rugzak in een vliegtuig met bestemming Madrid. En ik zit er dan een klein stukje boven, op stoel 10A. De wandelstok is nieuw en het resultaat van onderhandelingen met de dokter. Ik heb een lichte ontsteking aan mijn knie. Van de dokter moet ik stokken mee. Niet dat ik ruzie heb met de dokter, maar ik moet toch aan de stok. Ik wilde er nul, de dokter wilde er twee en nu wordt het er dus één. Onder protest.

Terug naar Aldeanueva del Camino. Terug naar de plek waar het avontuur in mei vorig jaar eindigde. Klaar voor nieuwe, onbekende wegen. Het plan is om in ongeveer twee weken naar Astorga te lopen, waar de Via de la Plata aantakt op de Camino Francés. Dan heb ik nog een paar dagen om me in een soort Nijmeegse Vierdaagse light te storten. De Camino Francés schijnt nogal druk te zijn. Eerst maar eens naar Madrid. Hoera! Zin!

Einde

image

Dit was het plan. Naar Aldeanueva en dan nog vier dagen lopen naar Salamanca. Maar ik ben niet verder dan dat eerste dorp gekomen. De ochtend dat ik van Hostal Asturias naar Aldeanueva liep was het weer nog best aardig. Fris, een stevige wind en droog.
image

‘s Middags begon het weer te regenen. De voorspelling voor mijn laatste vier wandeldagen: regen, kou en wind. Iets noordelijker sneeuwde het zelfs. Doei. De volgende ochtend heb ik de bus gepakt naar Cáceres. Daarna eentje naar Sevilla. Toen ik ‘s ochtends om half 10 op de bus stond te wachten was het acht graden en regende het gestaag. Toen ik om acht uur ‘s avonds in Sevilla aankwam was het redelijk zonnig en 20 graden.

Het pelgrimsavontuur stopt hier dus. Het plan is twee nachten Sevilla, twee nachten Córdoba en twee nachten Madrid. Maar daarover hoef ik hier niet te verhalen. Dat is slechts ordinair vakantie vieren. Geen pelgrimsverhalen dus meer. Voorlopig.

image

Comida

image

Alles begint hier: pan y vino, de twee basisingrediënten waar de Spanjool op leeft. Droog witbrood en wijn. Het witbrood is natuurlijk prut, maar de wijn… Thuis drink ik nauwelijks een fles per jaar, maar hier… hier is ordinaire huiswijn gewoon lekker! En het kost geen drol. De prijs voor een glas loopt in de dorpen langs de Via de la Plata uiteen tussen 50 cent en 1 euro.

Voor pelgrims is er het menú del día, tussen de 7 en de 10 euro (een keer zelfs 5 euro). Daarvoor krijg je een voorgerecht, hoofdgerecht, toetje, brood en wijn. Die wijn is royaal, normaal gesproken een fles, ook al ben je in je eentje. De keuze is altijd min of meer hetzelfde en voor mij als vegetariër uiterst beperkt. Dé standaard is ensalada mixta als eerste gang en iets met aardappel en ei als tweede gang.

image
Deze ensalada mixta is nog behoorlijk sophisticated. De standaard is ijsbergsla, tomaat en ui (en voor de omnivoren tonijn)

De toetjes zijn ook altijd hetzelfde: flan (pudding), arroz con leche (rijstemelk) en natillas (een soort vanillevla).

image
Natillas

Zo’n menu kun je op twee momenten van de dag krijgen. Ergens tussen twee en vier ‘s middags en (als je geluk hebt) vanaf acht uur ‘s avonds (in Spanje is eten om acht uur net zoiets als in Nederland eten om vijf uur. Alleen holbewoners en pelgrims eten om acht uur.)

Het is natuurlijk geweldig, zoveel eten voor zo weinig geld, maar inmiddels komen het witbrood, de sla, de aardappelen en de eieren mijn neus uit.

image
Tortilla de patatas

Wanneer het enigszins kan (lees: de aanwezigheid van tenminste een magnetron en een supermarkt), kook ik meestal zelf. Ook dat is door de beperkte middelen niet verheffend, maar op vakantie gewoon lekker! Het komt altijd neer op een zeer gevulde soep. Het begint bij bonen, kikkererwten of linzen. Daarbij gaat op dat moment beschikbare groente (tomaten, ui, pompoen, aardappel, paprika, courgette, wortel…), liefst veel knoflook en een bouillonblokje. Dat ziet er dan zo uit:

image

Of zo:

image
(Die Tentudía wijn is trouwens beestachtig lekker, kost zo’n 4 euro per fles in de supermarkt en is daarmee een van de duurdere wijnen.)

Het eerste dat ik ga koken als ik weer thuis ben? Ik denk Thais.

Regen!

image

Tja, je kunt er moeilijk over klagen na twee weken droog, warm en (vaak) zonnig weer. Maar helaas, de Spaanse zomer is voorlopig over. De voorspellingen voor de rest van mijn tijd hier: bewolkt, regenachtig en fris. Het waait ook nog. Als de Spaanse Erwin Krol gelijk heeft (hoeft van mij niet), dan ga ik de 20 graden niet meer meemaken. Snif. ‘Goed wandelweer’, zeggen de Spanjaarden dan. Nou. Doe mij maar zwoegen onder de brandende zon.

image
Route was wél mooi

En dus om acht uur ‘s ochtends met de regenburka aan op pad. Het was van die zeikregen. Gelukkig vond ik een geweldige rustplek. Ik liep min of meer samen op met een groep van zeven Spanjaarden, maar die haalden hun neus hiervoor op.

image
Mijn superschuilplaats in een voedertrog voor koeien

Na drie uur druilregen werd het droog. Er kwam zelfs blauw in de lucht. Mijn moeder had over vandaag waarschijnlijk het volgende gezegd: ‘Het is heel lekker weer hier hoor! Tenminste niet zo warm. Ja, ‘s ochtends heeft het even geregend, maar verder was het een prachtige dag.’

image

De routebeschrijving van Elena klopte precies! De etappe eindigde bij de Arco de Cáparra, een van de vele Romeinse overblijfselen hier en hét symbool van de Via de la Plata. Aan de korte kant met zo’n 19 km, maar het alternatief was 40.

image

Vanaf de Arco werden we met zijn achten opgehaald door een busje van Hostal Asturias. Dat ligt zo’n acht km verderop en biedt deze service om wat extra geld te verdienen. Eenpersoonskamer plus vervoer heen en terug voor 19 euro, mooie deal.

image

Maar ja, de rest van de dag zit je dan vast in the middle of nowhere. Hostal Asturias ligt ingeklemd tussen de A66 en de N630. Ik ben de enige niet-Spanjaard hier. Ik heet ‘la chica Holandesa’, niet onaardig als je 39 bent. De lunch was wel een aandoenlijk gezicht. Vier vrachtwagenchauffeurs die geconcentreerd naar The Simpsons zaten te kijken. (De TV staat altijd aan in Spanje. Zo niet, dan is ie stuk.)

image

Elena

Van het ene uiterste naar het andere. Van overvolle herbergen naar een lege. Ik heb de enorme herberg van Carcaboso helemaal voor mezelf. Het kluitje andere pelgrims dat hier is, is bij señora Elena gaan slapen. Een topwijffie van (naar schatting) over de tachtig. Je hebt de cleane, moderne gemeentelijke herberg en de gezellige boel bij Elena. Ik had vandaag best of both worlds. Eerst het warme onthaal in de bar van Elena, daarna een hele herberg voor mezelf. (Een nacht zonder oordoppen!)

image

Dit is haar dan. Ze stond erop dat ze de route voor morgen voor me uittekende. Ze is zeker tien minuten met haar tekening bezig geweest. Dit was het resultaat:

image

Prachtig hè? Geen gele pijlen meer nodig morgen! En toen kreeg ik drie zoenen van haar en mocht ik terug naar mijn privéherberg.

Plasencia

Vakantiedag. Geen gewandel, geen gereis. Alleen ‘s ochtends even verplaatsen van de krappe kamer in het hostal naar de albergue, die…. tatatataaa…. open was! Ontbeten met zijn drieën bij La Facultad, met een fijn terras in de luwte. Onze stamkroeg in Plasencia. En ja, wat doe je verder als je vakantie hebt? Stadje bekijken, lunchen, boekje lezen, biertje drinken, niet winkelen (dat mag pas in Salamanca)…

image

Winkelstraat op maandagochtend. Heul veul mensen.

image

image
Zie de ooievaarsnesten bovenop het gebouw. Hier ‘kijk, een ooievaar’ zeggen is hetzelfde als in Nederland ‘kijk, een koe’.

image

Overal zie je de crisis. Het is het gesprek van de dag in de kranten en op tv. In Plasencia stonden aardig wat winkels leeg. Regelmatig zie je dit soort protesten. ‘Geef Extremadura een stem’, staat er (vrij vertaald) op het rechterspandoek. Het is de armste regio van Spanje. Hét thema is werk. Inmiddels is 27% van de beroepsbevolking werkloos, bij jongeren ligt dit percentage ruim boven de 50% procent.

image
Het werd steeds heter…

image
Tijd voor verkoeling. Rio Jerte.

image
Dit hebben de pootjes wel verdiend met al dat gewandel.

image
Andere vorm van verkoeling 😉

image
Laatste avond met Dorte en Gunta, op het terras van onze stamkroeg. Gunta bleek zo erg nog niet 🙂

Zo, hoogste tijd om weer de pelgrim te gaan uithangen. Vandaag neem ik de bus naar Carcaboso (back on track), in de hoop dat er daar nog een plekje voor me in de herberg is. Morgen eindelijk weer lopen. Zin in!

Tranquilo

Over hoe alles tegen kan zitten en je toch een fijne dag kunt hebben. Over onthaasting en over gezelschap.

Het plan was als volgt. Ik ging aan de drukte ontsnappen. Sinds Casar de Cáceres heeft zich een complete groep bij ons gevoegd van 11 mensen. Dat zorgde in Casar al voor een overvolle herberg met 27 pelgrims (en 20 bedden). In Embalse de Alcántara zorgde het voor halsoverkoppe reserveringen en pelgrims die er tevergeefs aankwamen. Het dorp erna had een herberg met 12 bedden. En we waren met zeker 25 mensen. Geen zin in.

image
Dorte met in de verte Cañaveral

En dus zou ik naar Cañaveral lopen (12 km) en vanaf daar de trein pakken, ofwel terug naar Cáceres (wat ik nog nauwelijks gezien had), ofwel naar Plasencia (een mooi stadje 11 km buiten de Via de la Plata). Onderweg kwam ik Dorte tegen en samen liepen we naar Cañaveral. Het meest dooie dorp dat ik hier gezien heb. Dorte moest bijna terug naar Kopenhagen en wilde de rest van de dag in Cañaveral doorbrengen en de dag erna met de trein naar Madrid. We liepen naar Hostal Málaga, de enige overnachtingsplek in het dorp. Het bleek een donker hol met een zeer chagrijnige eigenaar. Behalve de bakker was er verder niets open en Dorte besloot dat deze plek te depressief was om te blijven. Bij de bakker hoorden we dat er een Romería was, een dorp verderop. En dus was dit dorp dicht vandaag.

We besloten samen met de trein naar Plasencia te gaan. Het station lag een end buiten het dorp. Het werd steeds desolater tot we door complete spookstraten liepen met alleen maar vervallen, verlaten huizen. Onmogelijk dat hier ergens een station was. Het was er. Onmogelijk dat er een levende ziel kon zijn om ons een kaartje te verkopen. Die levende ziel was er ook. Twee zelfs. In de wachtruimte vonden we Gunta, de Zweedse.

(Ik moet eerlijk zeggen dat dat een teleurstelling was. Sinds Gary had gezegd dat ‘she snores like a tractor’ noemden we haar ‘the Swedish tractor lady’. Het is een nogal zeurderig type en er is gewoon weinig leuks aan haar. Maar goed, toen ik hoorde dat ze 63 was, had ik ook wel weer respect voor wat ze allemaal nog onderneemt in haar eentje. En ze was daar nu eenmaal, niets aan te doen.)

Gunta wilde eigenlijk met de trein naar Madrid, maar toen ze ons plan hoorde sloot ze zich aan. En toen begon de drie uur durende episode ‘uit het leven op een klein station’ (uitstekend documentairemateriaal). We waren er even over half twaalf en de trein ging kwart voor drie. Denk vogels, heel veel vogels. Een blauwe lucht, vervallen gebouwen en een stationman die zijn werk serieus nam. Om de zoveel tijd kwam hij zijn huisje uit en ging met zijn rode vlag en zijn pet – die hij speciaal voor de gelegenheid op zette – bij de rails staan. Het teken dat een trein ging passeren. De trein kwam, de man salueerde met zijn vlag, en ging weer naar binnen. Machtig mooi.

image
De stationman aan het werk

image
De tijd schrijdt

image
Lunchen in de wachtruimte

image
Verlaten dorp naast het station. Vroeger was hier werk, vertelde de stationman. Toen de fabrieken sloten, gingen de mensen weg.

image
En zo trekt het leven heel langzaam voorbij. Ik heb genoten.

Goed, en toen waren we eindelijk op weg naar Plasencia. Ik had vooraf een albergue opgezocht op internet, dus daar liepen we heen. Gesloten. Nou ja, vier uur ‘s middags, zou kunnen, siësta. En dus liepen we terug naar Plaza Mayor voor een verlate lunch. Half zes. Gesloten. Telefoon, antwoordapparaat. Op een terras met wifi probeer ik een reservering te maken. Dat lukt gewoon. Nog maar eens posten. Een vrouw komt naar buiten. Een gast, zo blijkt. Ze heeft geen idee wanneer de eigenaren er weer zijn. We duwen een briefje onder de deur en spreken iets in op het antwoordapparaat. We posten nu bij toerbeurt: twee op het terras, een bij de gesloten herberg. De tijd schrijdt.

image
Een deur die dicht blijft…

Om half tien ‘s avonds geven we het op en gaan op zoek naar een hotel. We vinden een kamer voor drie voor slechts 45 euro. We zijn net geïnstalleerd als iemand van de albergue belt. Sorry, sorry, sorry, maar we zijn welkom. We kijken elkaar aan en barsten in lachen uit.