Author Archive: Lonneke

De Koningin en de camino clichés

‘Hoy es el día de la etapa reina’ stond er in de online routebeschrijving. De Koninginnenrit. Een etappe van 28,4 km en 800 meter klimmen. Het leeuwendeel van de klim zat in de laatste acht kilometer. Bring it on!

Ik had het genoegen om op een kamer te slapen met een groep Aziaten die om half vijf ‘s ochtends met behulp van zoeklichten, onderlinge discussies en veel gerommel in krakende plastic zakken hun vertrek voorbereidden. De rest van de slaapzaal was toen dus ook wakker. Zelfs mijn oordoppen en ooglapje waren hier niet tegen bestand. Het schijnt een ware camino-ervaring te zijn, dus die heb ik toch maar mooi meegepakt.

image
Pereje, het eerste dorp onderweg (na 5 km). Nog steeds aardedonker.

Ik heb nog wat getreuzeld, maar was toch om 5.57 uur aan de wandel. Het was koud en donker. Echt koud. Zo koud, dat mijn botten verkleumden, ondanks dat ik stevig de pas erin had. En nou ja, het kwam ook een beetje omdat ik weigerde om me erop te kleden. Ik liep dus met blote benen, in een t-shirt en een dun wollen truitje. Rond 9.00 uur ben ik een wegrestaurant binnengelopen om op te warmen met thee en een stuk tortilla de patata. Ik heb nog nooit zo genoten in een wegrestaurant!

image
Na 20 km: bergen ahead!

image
Je ziet er niets van, maar hier gaat het best al steil omhoog

image
En nog wat hoger

image
Na 28,4 km en 800 meter klimmen: O Cebreiro!

O Cebreiro is een museumdorp, vol met pelgrims, toeristen en verder wat horeca en winkels die daar geld aan willen verdienen. Ik vond er niet zoveel aan, maar het uitzicht was fantastisch! Zeker in de wetenschap dat ik hier zelf naartoe geklommen was. Ik was om 12.45 uur bij de herberg, waar ik het volgende camino cliché meemaakte: de rugzakkenrij.

image

De herberg ging om 13.00 uur open en mijn rugzak was nummer 45. Ik geloof dat ik om 14.00 uur binnen was. Ik kwam op een slaapzaal terecht met 65 bedden. Die stonden uiterst economisch opgesteld. Vier stapelbedden in een soort vierkant tegen elkaar aangeschoven. Zo krijg je 8 pelgrims op ongeveer 8 vierkante meter. Ik sliep net zo goed als in een hotel. Als elke nacht eigenlijk.

image
Gezellig slapen met vier koppen tegen elkaar aan.

image
Mijn was heeft nog nooit zulk mooi uitzicht gehad

image
De volgende dag, één van de bekende caminomarkers, teken dat ik inmiddels in Galicia ben.

De volgende dag trok de karavaan weer verder. Pelgrims voor je, achter je, overal. Van dorp naar dorp en uiteindelijk de berg weer af. Na slechts 21,5 km was ik in Triacastela. Verder lopen had niet zoveel zin. Overmorgen wacht een trein op me, van Sarria naar Madrid. Van Triacastela naar Sarria is maar 18 km. Alles wat ik vandaag extra zou lopen, liep ik morgen dus minder. En bovendien, ondanks dat het pas half één ‘s middags was, de herbergen vulden zich snel. Ik heb tientallen pelgrims later in de middag tevergeefs naar een bed zien zoeken…

image
Pelgrims, overal pelgrims…

image
Wolken?! Een heel dekbed! Gelukkig bleef ik er vandaag ruim boven!

image
Kijk eens wat een schattig schoenenrek in mijn albergue

image
Proost, mensen! Morgen mijn laatste wandeldag…

Nog even iets over het eten

image

Zo, dat was even genieten. Groot bed, badkamer helemaal voor mij alleen, een overvloed aan wc-papier, een echte handdoek en schone lakens! En vanuit het hotel voegde ik de volgende dag weer naadloos in de oneindige stroom pelgrims in. Etappe ging fluitend. Van Ponferrada naar Villafranca Del Bierzo, 24 km, met reservering op zak.

image
Dorpje (geen idee meer hoe het heette)

image
Wat ik nog wel weet: er was een bakker met superlekker brood!

* klaagmodus aan *
Maar goed, dat eten hier dus. Ik heb er weleens eerder over geblogd. Als vegetariër die van lekker eten houdt (variatie, groente, kruiden!), blijft het – met name op het Spaanse platteland – een potje behelpen. Het standaardvoedsel voor mij: brood (oud en wit), aardappelen, eieren en supersaaie salades (ijsbergsla met tomaat en ui). Standaard betekent een menú del día dit: als voorgerecht eerder genoemde saaie sla en als hoofdgerecht omelet met patat (zonder mayo). Onderweg in de bars zijn het standaard bocadillos wat de klok slaat (broodjes), met voor mij qua beleg keus uit kaas (zonder boter) of tortilla de patatas. Soms een sandwich vegetal (klef witbrood met veel mayonaise, een asperge uit blik, een blad sla en een plak tomaat). Verder hebben ze (vaak voorverpakte) zoetigheden. En dan dat ontbijt hier… Dat is datzelfde kleffe vierkante witbrood, maar dan geroosterd, met jam. En een soort mariakaakjes en voorverpakte cake.

En dus eet ik nog steeds met name uit de tas. Gedroogd fruit en noten als ontbijt, kaas, vers fruit en soms iets als rijstwafels voor onderweg, af en toe knaag ik op wortels of een paprika, één keer per dag dat vermaledijde menú del día en, nou ja, bier, wijn, chips, chocola en ijs vullen ook. Verder ben ik al blij als ik een keer een pizzeria vind…
*klaagmodus uit*

image
De wandeling was weer prachtig! Ik ben in het Bierzo wijngebied terecht gekomen.

image
En dit hadden de pootjes na afloop wel weer verdiend!

Bergje op, bergje af

image

O ja, we waren eigenlijk aan het wandelen. Dag 3 en dag 4 op de Camino Francés waren topwandeldagen! Dag 3 was de berg op, dag 4 de berg weer af. Ik liep sowieso onderweg een stuk meer te genieten dan op de eerste twee dagen. Ik voelde me nogal opgejaagd. Al die mensen. Stilstaan betekende dat de mensen achter je dichterbij kwamen, doorlopen betekende dat je de mensen vóór je naderde. En allemaal waren we op weg naar een bed. En je weet dat er meer mensen op de weg zijn dan er bedden zijn in de herbergen. Dat leidde bij mij tot gehaast. Dag 2: om 11 uur opende de herberg in Astorga (168 bedden) haar deuren, om 11.45 uur was ik er, om 12.30 uur was de herberg vol.

image
Een van de slaapzalen in Astorga. Ik slaap op de middelste plank.

image
De waslijn in de achtertuin van de herberg

Ik heb gecapituleerd. Voor dag 3 en dag 4 heb ik een bed gereserveerd. Ik wil gewoon weer genieten van het wandelen, niet racen om een bed. En genieten heb ik gedaan! Dag 3 (26 km) ging van Astorga naar Foncebadón. Van 860 naar 1430 meter. Zon, frisse berglucht, uitzicht… vakantie!

image
Zon net op, vriend Schaduw nog heul erg lang.

image
Rabanal del Camino

image
Overal stond de hei in bloei

image
Al mijn vriendinnen in de wei

image
Foncebadón, een bergdorp dat bestaat uit één onverharde straat. Een stuk of vier albergues, een restaurant, een winkel, een aantal ruïnes en een enkel woonhuis.

Foncebadón lijkt wel afgesloten van de rest van de wereld. Op eenzame hoogte. Ik heb er geen wifi kunnen vinden. Er woei een koude bergwind. Geweldige plek. Als je niet alleen bent, tenminste. Ik had me in Astorga aangesloten bij een groep van ongeveer acht twintigers, die overal vandaan kwamen, behalve uit Spanje. Er zit zelfs een Nederlandse jongen bij. De acht brengen hun dagen wandelend en hangend met elkaar door. Ze delen bier uit literflessen en koken als het kan samen. Een studente uit Zweden vertelde me dat ze hier leeft van 15 euro per dag. Wanneer ik zin heb, hang ik gezellig met ze mee. Daar was Foncebadón uitermate geschikt voor.
image
Het beroemde Cruz de Ferro, terwijl de zon opkomt

Op 1530 meter hoogte, zo’n anderhalve kilometer na Foncebadón, staat een zeven meter hoog Cruz de Ferro (‘kruis van ijzer’). Het is onbekend hoe lang het daar al staat. Volgens de eeuwenoude traditie legt een pelgrim hier een steen neer die hij van huis heeft meegenomen. Hij ontdoet zich hiermee van zijn schuld en zijn ballast die hij al die tijd met zich mee heeft gedragen. Nu lijkt het met name een ‘photo opportunity’ (één voor één de berg stenen op om te poseren). Het schijnt dat later op de dag de touringcars arriveren.

image
Koe kust boom

image
En weer naar beneden

image
El Acebo

image
Molinaseca

Van Cruz de Ferro naar Ponferrada betekent 1000 meter dalen. Stok hing al die tijd aan de tas… Sorry dokter… In Ponferrada heb ik ingecheckt in een hotel. En enorm genoten van een badkamer voor mezelf, een heel groot bed (zonder iemand boven of onder me) en een oordopvrije nacht. Morgen weer de herberg in.

Observaties

image
Vertrekken in gezelschap van de maan

1) Van de Via de la Plata naar de Camino Francés is van out of comfortzone naar into comfortzone. Moederziel alleen starten in het donker heeft iets spooky’s. Onder slechts het licht van de maan loop je over lege landwegen, speurend naar schaarse markeringen, opgeschrikt door het geblaf van een hond. Of: in colonne loop je over goedgemarkeerde wegen, slechts de dansende lichtjes vóór je volgend, onder het luide geklets van een groepje Spanjaarden of Italianen achter je, wetend dat tientallen op dat moment hetzelfde doen. Aankomen in een dorp op de Via de la Plata betekent dat iedereen je groet en dat je weet dat het hele dorp er spoedig van op de hoogte is dat er een ‘chica rubia’ in het dorp is. Het betekent dat al het sociale verkeer in het Spaans moet plaatsvinden en louter met de lokale bevolking. Of: aankomen in een dorp betekent dat je onderdeel bent van een dagelijkse invasie waar de lokale bevolking allang zijn schouders over ophaalt. Je gaat op in een anonieme massa en het sociale verkeer verdeelt zich: Spaanssprekenden bij elkaar, de andere groep heeft Engels als voertaal. Ik ben blij dat ik beide heb meegemaakt: binnen én buiten mijn comfortzone.

2) Als je met zoveel mensen tegelijk reist, werk je met allerlei regels. Rugzak niet op het bed (in verband met bedwantsen), schoenen daar en daar opbergen, wandelstokken daar en daar. Overal hangen briefjes: water is schaars, ruim de keuken op, niet opstaan vóór kwart voor zes…
image

3) Je bent nooit alleen zolang je niet van het gebaande pad af gaat. Overal, overal zijn andere pelgrims. Ik mis de stilte tijdens het lopen. Het mijmeren, alleen met jezelf.
image

4) Alles is schaars. Tot het wc-papier aan toe.
image

5) Ik ben de enige die nog in het gras zit en eet uit de tas. De rest draagt alleen een half litertje water en leeft onderweg op koffie en bocadillos.
image

6) Ik kan dit allemaal best waarderen als ik af en toe een nachtje in een hotel mag.
image

Eindelijk…

image

En daar was hij dan, de Camino Francés. Por fin! Jarenlang had ik er verhalen over gehoord en gelezen, nooit had ik er gelopen. De beroemde weg naar Santiago. Dé reden dat ik in 2010 mijn voordeur achter me dicht trok, op weg naar de pelgrimsstad. De avond dat ik vanaf mijn appartement in Amsterdam vertrok, at ik overigens gewoon weer thuis. Ik was naar het Amsterdamse Bos gelopen en daar aangesloten op het Pelgrimspad I (Amsterdam – Den Bosch). Ik ben die dag tot Schiphol gekomen.

En zo liep ik dagetappes, weekendjes, een week, drie of vier weken. Tot vlak voor Le Puy en Velay in Zuid-Oost Frankrijk. Vanaf daar wilde ik in één ruk naar Santiago lopen. Ik wacht nog op het moment dat ik daar de tijd voor heb gevonden. In de tussentijd begon ik aan de Via de la Plata. Ik besloot dat ik die dit jaar mocht eindigen met een paar dagen op de Camino Francés. Om vast eens rond te kijken, als verkenning. Vond ik die drukte wel leuk? (Dit jaar wordt opnieuw een record verwacht: 230.000 compostelas.) Maar eigenlijk omdat ik mijn nieuwsgierigheid niet meer kon bedwingen.

image

En daar liep ik dan. Pelgrims voor me en achter me. Blij zei ik iedereen die ik inhaalde gedag, maar al snel kreeg ik de indruk dat dit niet de bedoeling was. Het verzadigingspunt voorbij, teveel mensen om gedag te zeggen. De eerste 26 km waren bijzonder oninteressant. Voortdurend langs een N-weg. Met de verzengende hitte was het ook gedaan. Daarna vond ik een bed in San Martin del Camino. Een bijzonder oninteressant dorp langs diezelfde N-weg.

image
De slaapzaal was al snel vol. Ramen dicht ‘s nachts…

Maar de rest van de dag doorbrengen in een duf dorp met op zijn minst 100 anderen is heel andere koek dan wanneer je de enige vreemdeling in zo’n dorp bent. En dus hing ik dit keer niet met een boek, maar met Jane, Jennifer en Julie uit Australië op het terras.

image
Jane wilde graag op de foto met ‘Bridget Jones’

Cuatro Leones

image

Als ik op de Via de la Plata was gebleven, was ik naar Alija del Infantado gelopen, alwaar ik de hospitalera de groeten had moeten doen van Alejandro, de hospitalero van de albergue in Fuenterroble. Ik was daar rond 12.00 uur ‘s middags aangekomen na 22 kilometer met name over of langs de weg te hebben gelopen. Ik had me de rest van de dag in mijn eentje moeten vermaken met één bar.

En zie waar de bus mij bracht. León! Supermooie stad, strakblauwe lucht erboven, fijne herberg, écht lekker eten én goed bier! Ik was zó blij met mijn beslissing! Ik sliep in Unamuno, een pelgrimsherberg annex studentenresidentie (in andere seizoenen), waar ik een eenpersoonskamer met eigen badkamer kon krijgen. Jeej! Daarna vond ik een fijn restaurantje met eindelijk eens lekkere opties op het menú del día! Normaal gesproken bestaat mijn eerste gang uit ijsbergsla met ui en tomaat en mijn tweede gang uit gebakken ei met patat. Het lot van een vegetariër in Spanje. Daar krijg je dan wijn bij en oud brood en als toetje kun je kiezen uit pudding, fruit, yoghurt of ijs (die laatste twee uit zo’n plastic bakje). In León at ik eerst een torentje van tomaat, aubergine en mozzarella en toen paddenstoelenrisotto. Goede wijn erbij, lekker brood (!) en toe huisgemaakte chocolademousse. Prijs: 9 euro.

En toen vond ik een biercafé! Het heette Taxman Beatles, het hing helemaal vol met foto’s van George Harisson en Beatles parafernalia en ja, er werden (louter en non-stop) Beatleshits gedraaid. Maar ze hadden Mikkeler van de tap! Mikkeler! In Spanje! Na een knisperend hoppige IPA vroeg ik toch maar of ze ook iets lokaals hadden. Op de tap ernaast bleek bier uit León te zitten. Een American Pale Ale. Mildfrisse citrahop. En de brouwer zat naast me! De brouwerij heet Four Lions, maar dat is nogal idiote naam in een land waar niemand Engels spreekt. Gewoon Cuatro Leones dus. Het was bijzonder gezellig met de barman, de brouwer en andere aanloop, maar na ruim twee uur kon ik de muziek niet meer aan. Ik heb ze nog dagen in mijn hoofd gehad. Lucy in the sky with diamonds, All you need is love, Hey Jude and Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band…

image

Obras, het spoor, en meer van die dingen

image

Ik was ervoor gewaarschuwd. Ik kreeg een paar etappes met obras, werkzaamheden. Een nieuwe snelweg en een nieuwe hogesnelheidslijn. Gisteren in 23 kilometer van Montamarta naar Granja de Moreruela gelopen, vandaag verder naar Benavente (26 km) en de obras zijn me enorm meegevallen. Een paar plaatjes en daarna gaan we het over andere dingen hebben.

image
Een beetje over een bouwplaats, maar keurig gemarkeerd

image
Dit ben ik die de nieuwe snelweg fotografeert. Geen markering meer, en zomaar stond ik hier.

Zo, dat waren de obras. Los daarvan vind ik dit niet het mooiste deel van de Via de la Plata. Het zijn nogal saaie, rechte wegen. Meestal vlakbij (of op) de N630.

image
Het ziet er bijvoorbeeld zo uit

image
Of zo, als je de N630 op moet (waar de maximum snelheid 100 km per uur is)

Verder heb ik niets te klagen. Ik loop nog als een kievit, het is nog steeds warm en zonnig, ik heb geen blaren of andere fysieke ongemakken, bij vlagen is de route wél mooi en er is nog niks mis gegaan.

image

O ja, de knie en de stok. Ik wou dat ik wat meer naar mijn eigen eigenwijsheid had geluisterd. De knie geeft heel soms wat pijntjes, maar nooit meer dan vijftien stappen ofzo. De stok heb ik op de eerste dag braaf gebruikt en dat bleek alleen maar irritant. Sindsdien zeul ik hem (350 gram) elke dag mee aan mijn tas en moet ik bij elke herberg goed nadenken dat ik hem niet vergeet.

image
Granja de Moreruela

image
De herberg in Granja de Moreruela

Ik kwam gisteren rond 13.00 uur in Granja de Moreruela aan. Ik installeerde me in de herberg, overzag het dorp en overwoog alweer een bus naar Zamora. Ik besloot me er toch maar aan over te geven. Bracht de middag door in de twee bars die het dorp rijk was (Heineken, zucht…). Ik kreeg in de herberg gezelschap van een Italiaans en een Spaans echtpaar. Samen boekten we een excursie naar de ruïnes van een 11e eeuws klooster vlakbij. We moesten met zijn vijven bij de gids in de auto. Ik gezellig samen met Lola op de passagiersstoel voorin, want wij waren het dunst (jeej!). Het werd nog complimenteuzer. Of ik het als jongere wel leuk vond om met hen op stap te zijn. Bij het eten vroeg Giovanni wat ik eigenlijk studeerde. Ik heb het maar zo gelaten.

image
Was best een gave plek om te zijn!

image
Mijn slapies met de gids (die een enorme voorliefde voor runentekens had)

Vandaag stond (los van de obras) in het teken van het spoor. Er was een lange route van 31 km en een kortere van 26 km. Over die kortere liepen verschillende routebeschrijvingen uiteen. De eerste zei: je moet het zelf weten, de ene is korter, maar de kans is groot dat je verdwaalt of tevergeefs terugkeert. De tweede zei: de korte route is voor avonturiers. De derde zei: de korte route is de hoofdroute, maar voor fietsers raden we die af. Ik vond de derde het beste klinken en besloot die te volgen. De korte route ging over een verlaten spoorweg. Het bleek met name de masochistische route. De rails en bielzen waren grotendeels weggehaald en het was klunen over stenen en door allerlei doornig onkruid. Bij een brandende zon en vergezeld door honderden vliegjes die zich graag onder mijn hoed ophielden. O, en af en toe moest je zo’n roestige spoorbrug over waar je door de gaten de diepte in kon kijken. Het resultaat: een paar fors bekraste enkels en een blije ik. Omdat ik het gewoon had gedaan en de natuur er prachtig was!

image
Spoorweg zonder rails

image
Roestige spoorbrug

image
Kunst langs de spoorweg. Later zag ik in Benavente een bord van de Partido Popular dat dankzij de PSOE (de arbeiderspartij) het dorp al 29 jaar, 7 maanden en x dagen verstoken is van een station, dus zo lang is het al geleden dat hier voor het laatst een trein reed.

image
Hele lange spoorbrug

image
Spoorbrugselfie

image
En waar slaap ik vannacht? Op het oude station! Prachtige albergue de peregrinos.

O, er is een kans dat ik morgen zomaar opduik in León. Er gaat een bus vanaf hier. Het is kiezen tussen drie dagen lopen vanaf hier naar Astorga of een dagje León bekijken en vanaf daar in twee dagen naar Astorga lopen over de Camino Francés. Het ene uiterste of het andere: ofwel tot Astorga in eenzaamheid, ofwel me vanaf morgen in de gekte van de Francés storten. Helaas is er niets tussenin. En ik geloof dat ik in een sociale bui ben…

Zoef zoef Zamora

Van Salamanca naar Zamora. Drie dagen lopen. Of een klein uurtje met de bus. Ik had er gewoon zin in, was nog niet klaar met civilisatie. En dus was ik zoef, zoef in Zamora. Waar een prachtige albergue de peregrinos is, met drie Françaises (die Engels spreken!) als hospitaleras. Er waren ook aardig wat pelgrims. Zelfde concept: de meesten op de fiets, vrijwel allen man en Spaans.

image
De ingang van de albergue in het oude centrum van Zamora

image
En dat oude centrum is prachtig!

image
De toren van de kathedraal

image
¡Que calor! Zeggen de Spanjaarden dan hè? Ik niet hoor.

image
En op naar het postkantoor! Nieuwe voorraden. En ach, er was nog ruimte over…

image
Maar eerst nog even rustig met een boekje erbij wachten tot het importbier koud is

image
En dan het Grote Genieten!

De albergue in Zamora probeert – net als in Fuenterroble – de Caminosfeer hoog te houden. En dus zijn er altijd hospitaleros, is de prijs ‘donativo’ (je betaalt wat je het waard vindt en naar draagkracht) en waarderen ze het als je aanschuift bij het avondeten. Alleen Juan (een fietser) en ik deden dat. We hebben samen met een van de Françaises gekookt.

image
Eten op het dakterras van de albergue

De etappe de volgende dag naar Montamarta was sáái! Eerst de stad uit door lelijke buitenwijken en langs een industrieterrein en daarna een lange, rechte weg door lege velden. De N630 rechts, de A66 links en verder was er nog een snelweg in aanbouw. Hij was ook maar 19 kilometer. Dus om half twaalf stond ik al op de stoep van de casa rural waar ik kon slapen. In een duf dorp van niks aan de N630. Na een douche, de was (voor 3 euro werd ie gedaan) en de lunch, mocht ik met de mevrouw meerijden naar Zamora. En daar ben ik dus weer. Zoef zoef Zamora! Begin van de avond pak ik de bus weer terug naar Montamarta. En dan morgen definitief el campo weer in.

image
Van Zamora naar Montamarta: sáái!

Salamanca!

Om tien voor zes ‘s ochtends sprong er een blijde verrassing door het raam. We hebben gezellig samen ontbeten. Hij had mazzel dat ik gisteren yoghurt had gekocht.

image
image
En waar hoort poes? Juist. Op het poezenkleed.

Ik had vanochtend niet zo’n zin om te lopen. Ik had wel zin om naar Salamanca te gaan, maar dat lag nog 24 kilometer verderop. Wat doe je dan? Gewoon gaan lopen.
image
En dan komt de zon op…

image
Je ziet goede vriend Schaduw weer naast je lopen…

image
Je ziet koeien, konijnen, schapen en een vos… (allemaal niet op de foto, had je er maar bij moeten wezen)

image
Je kijkt naar zonnebloemen en luistert naar Franz Ferdinand… en je bent blij dat je loopt!

De eerste keer dat ik Salamanca kon zien, was op zo’n 15 km afstand. En telkens denk je dan dat je er al bijna bent. Maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Toen ik onder de A66 door liep (de snelweg die de Via de la Plata de hele tijd begeleidt) dacht ik het weer. Maar dat is net zoiets als onder de A10 door lopen en denken dat je bijna op de Dam bent. En ik liep dus maar en ik liep maar, stad voortdurend in het vizier.

image
Salamanca op de achtergrond. Alleen nog even dat kale veld oversteken…

image
Ruim anderhalf uur later… Eindelijk!

De beloning was groot. Ik heb mezelf een hotelkamer kado gedaan. Zo’n echt hotel, met een receptionist in uniform en airco op de kamer. Ik ben dol op het platteland en albergues, maar voor een nachtje in een hotel en voor een dagje in een stad, heerlijk! En man, die douche! En dan zo’n hele grote, zachte handdoek!

image
Cultureel uitstapje 1: het archief van de Spaanse burgeroorlog

image
Cultureel uitstapje 2: het art deco en art nouveau museum

image
Cultureel uitstapje 3: Bier uit de streek! Er zit zowaar een biercafé in Salamanca! ‘We houden van wat we maken’, staat er op het flesje. Dat Guinness glas vergeven we café Slainte maar. En ook dat hun huisbier Bavaria is.

Serieus aan de wandel

Uiteindelijk arriveert er nog een half peloton fietsers. Met zijn tienen in de slaapzaal lijkt het zowaar een echt pelgrimsoord. En… nóg een niet-Spanjaard. Het is ook nog een vrouw, Italiaanse, én ze spreekt Engels. Dat zijn nog eens bonuspunten. Ik heb niets tegen Spaanse mannen, maar een beetje diversiteit mag best. Aan tafel is het ook gezellig, al schreeuwen met name onze gastheren het hardst. Maar geen kwaad woord over Alejandro de hospitalero. Hij heeft een heerlijke lunchsalade voor me gemaakt en dankzij mij (of dankzij hem dus) eet iedereen vegetarisch ‘s avonds.

De enige andere niet-fietser en ik staan om kwart voor zes als eerste op. Het wordt warm (jeej!) en we moeten 29 kilometer vandaag. Hij heeft vier dagen alleen in herbergen geslapen en vond dat duidelijk niet leuk. Als ik tegen half zeven mijn rugzak (met 2,5 liter water) op mijn rug hijs, zit hij honderduit te praten met Alejandro. En Spaanse mannen kunnen kleppen, niet normaal… Ik zie hem de hele dag niet meer, ook niet in het dorp waar de volgende herberg staat. Volgens mij zit ie nu nog steeds daar in de keuken…

image
Na een uurtje lopen komt de zon op. De eerste tien kilometer is eigenlijk alleen maar dit. Ik ben een boffert.

image
Een kudde loslopende dames. Zij vinden het net zo spannend als ik.

image
Koeien en windmolens, het had zomaar een Hollands plaatje kunnen zijn. Hier zit nog een Julverhaal aan vast (Jut is er niet). Dit is in de buurt van de top van de Via de la Plata (1150 meter). Op die top staat een heel groot kruis, met een beeld van een pelgrim ernaast. Heeft Jul niet gezien.

image
Dorp in zicht! Best fijn na 7,5 uur aan de wandel te zijn geweest. Het dorp heet San Pedro de Rozales.

image
Mijn albergue. In de winter vast gezellig, maar nu is het nogal een bedompt hol. Gelukkig is er een fijn terras in het dorp!